Stageplaza.nl maakt gebruik van cookies om u te voorzien van een betere gebruikerservaring. Zie ons cookiebeleid. Sluiten
Bel gratis 0800 44 55 660

Discriminatie kent vele gezichten

Columns geplaatst door Rogier Kind, 10 November 2009 00:40, vertoningen: 2739

Uit onderzoek van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam blijkt dat stagiairs geregeld moeite hebben bij het vinden van een stageplaats. Veelgehoorde klachten gaan over hardnekkige vooroordelen bij werkgevers over afkomst en godsdienst. Minder bekend is dat stagiairs ook om andere discriminatoire redenen door werkgevers worden geweigerd zoals handicap, geslacht of leeftijd.

Discriminatie op de werkvloer

Vaak wordt bij discriminatie van stagiairs niet verder gedacht dan dat stagiairs niet in aanmerking komen voor een stageplaats vanwege afkomst of godsdienst. Dit zijn niet de enige redenen en ook gaat het niet altijd alleen om werving & selectie. Steeds meer allochtone studenten stromen als stagiair het bedrijfsleven binnen en merken dat discriminatie zich met name op de werkvloer afspeelt. Denk bijvoorbeeld aan een stagiaire die als apothekersassistente werkt en door een klant wordt uitgescholden omdat ze een hoofddoek draagt. In dergelijke situaties moeten stagiairs op hun werkgevers kunnen vertrouwen. Die moet het voor hen opnemen en de klant, respectievelijk de collega's, op hun gedrag aanspreken. Dat mag best op een stevige toon. De werkgever heeft te zorgen voor een discriminatievrije werkomgeving. Helaas is nog niet elke werkgever zich van deze zorgverplichting doordrongen. Ik denk dat dit verband houdt met de speciale positie die een stagiair inneemt. Vaak wordt geredeneerd dat de stagiair er maar tijdelijk is en daarom een zwakkere rechtspositie heeft. Dat geldt echter niet voor de bescherming tegen discriminatie op het werk. Voorwaarde is wel dat de stagiair zijn of haar klacht bij de leidinggevende meldt. Een werkgever die niet op de hoogte is dat de stagiair gediscrimineerd wordt, kan niet worden verweten dat hij heeft nagelaten om actie te ondernemen. Hij wist het immers niet.

Afkomst en godsdienst

Bij discriminatie wordt snel aan afkomst of godsdienst gedacht. Dat is ook de context waarin discriminatie meestal door de media wordt belicht. Het is jammer dat wel of geen handen schudden of het dragen van een hoofddoek zo'n prominente plaats inneemt. Discriminatie op dit front vindt juist vaak plaats door subtiele mechanismen, dubbelzinnige opmerkingen over afkomst of negatieve opmerkingen over gehele bevolkingsgroepen. Naast afkomst of godsdienst zijn er ook andere gebieden waarop gediscrimineerd wordt. Door de focus op deze gebieden wordt wel eens vergeten dat discriminatie een ruim begrip is en dat stagiairs ook moeite kunnen hebben om een stageplek te vinden of te behouden in verband met hun leeftijd, handicap of geslacht.

Meerwaarde rijpere stagiair

Personeelsadvertenties bevatten vaak de boodschap dat de sollicitant 'jong' moet zijn. Sinds de inwerkingtreding van de Wet Gelijke Behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL) in 2004, is het vragen van personeel van een bepaalde leeftijd verboden, tenzij er een objectieve rechtvaardiging, lees: een goede reden, voor is. Maar die goede reden is er meestal niet waardoor het leeftijdsonderscheid in strijd is met de wet. Vaak wordt ervan uitgegaan dat een stagiair jong moet zijn in verband met inschaling en leer- en werkervaring die nog moet worden opgedaan. Enerzijds is die gedachte begrijpelijk omdat een stage onderdeel uitmaakt van een studie, of omdat een stage die aansluit op je studie de kansen op een vaste baan aanzienlijk verruimt. Anderzijds zijn er steeds meer mensen die willen switchen van loopbaan, al wat jaren werkervaring hebben en waarvoor een stage een prima doorstart of opstapje kan betekenen naar een andere carrière.

Stageplekken voor gehandicapten: een onontgonnen gebied

De Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) verbiedt het maken van onderscheid op grond van handicap bij het aanbieden van (beroeps)onderwijs. Nu steeds meer studenten met een functiebeperking (beroeps)onderwijs volgen, ligt het voor de hand dat zij ook aanspraak kunnen maken op een geschikte stageplaats. In de praktijk zijn werkgevers echter huiverig om een stageplek aan gehandicapten of chronisch zieken aan te bieden. De oorzaak daarvan is meestal: onbekend maakt onbemind. Bij voorbaat is niet altijd duidelijk welke aanpassing de stagiair nodig heeft en wat de kosten daarvan zijn. Vanwege de tijdelijkheid van de stage wordt dan nagelaten te onderzoeken of de student met een eenvoudige aanpassing wel terecht kan. Artikel 2 WGBH/CZ verplicht de werkgever of de onderwijsinstelling echter, al naar gelang de behoefte van de stagiair doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij deze voor hem een onevenredige belasting vormen. Wat die aanpassing in de praktijk inhoudt zal per situatie verschillen omdat elke functiebeperking en de vereiste aanpassing om optimaal te functioneren per stagiair verschilt.

Stereotype beeldvorming over 'geslacht'

Vrouwelijke studenten kiezen (nog) massaal voor verzorgende en administratieve beroepen. Het verbaast dan ook niet dat 95% van de stageplekken waar secretaresses (M/V) worden gezocht, door vrouwen worden opgevuld. Deze beeldvorming draagt eraan bij dat stagiairs slechts mondjesmaat typische mannenberoepen instromen zoals lasser, nachtreceptionist, automonteur of heftruckchauffeur. Een enkele keer komt het voor dat een werkgever geen stagiaire wil omdat hij vreest dat dit gedonder geeft onder zijn personeel dat alleen uit mannen bestaat.

Ook speelt de 'beschermingsgedachte' een rol: het beroep van nachtreceptionist is veel te gevaarlijk voor een jonge vrouw alleen, of het beroep van heftruckchauffeur vereist nu eenmaal de fysieke kracht van een man. Ook hier geldt echter: ben je gemotiveerd, volg je de juiste opleiding of heb je een diploma op zak, dan moet een werkgever sterke argumenten aanvoeren om aannemelijk te maken dat zo'n beroep alleen door mannen kan worden uitgeoefend.

Taal-eis als afknapper

Voor veel functies geldt dat de stagiair de Nederlandse taal goed moet beheersen. Van die functie-eis ondervinden met name allochtone studenten nadeel, omdat Nederlands niet altijd de moedertaal is en er vaak sprake is van een taalachterstand. Bij de klachten die het meldpunt hierover ontvangt wordt eerst - conform de oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling - gekeken of de taaleis aansluit op het functieniveau. Goede beheersing van de Nederlandse taal in woord en geschrift is voor een administratief medewerker een relevante functie-eis, voor schoonmaakwerk is het dat niet. Voor veel functies op universitair en HBO-niveau geldt dat de werkgever de taaleis niet kan verlagen, met als gevolg dat met name allochtone studenten minder kans maken op gewilde stages. Is taalbeheersing een struikelblok, begin dan tijdig met bijscholing om deze achterstand in te lopen.

Meer weten?

Voor meer informatie over stages en discriminatie kun je contact opnemen met het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam, op werkdagen bereikbaar tussen 9.00 en 16.30 uur.

Stichting Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam
Postbus 15514 1001 NA Amsterdam
Bezoekadres: Vijzelstraat 77 I Amsterdam
Tel: 020-638 55 51 Fax 020-620 14 01
Email: discriminatie@mdra.nl Website: www.mdra.nl

Nieuwsbrief

Zoeken: